Orthodox Klooster van de Heilige Johannes de Voorloper

Vergevingszondag

Vandaag vieren we Vergevingszondag, genoemd naar de Vergevingsdienst van de 2e Vespers, wanneer we aan ieder persoonlijk vergeving vragen om met een schone lei de Grote Vasten te beginnen. Maar de Diensten van deze dag grijpen veel dieper. Het gaat om de oorsprong van het kwaad in deze wereld, en op zulk een innige wijze leven we mee met Adam, de eerstgeschapene en de eerste zondaar, dat we onszelf in zijn plaats voelen.

De Heer, mijn Schepper, nam de stof der aarde en maakte mij tot een levend schepsel. Hij schonk mij een ziel door Zijn levenwekkende adem, en maakte mij tot heerser over al het zichtbare op aarde; en Hij eerde mij als deelgenoot van de Engelen. Maar ik heb mij laten verleiden tot de verboden spijs; daardoor ben ik afgesneden van de goddelijke heerlijkheid en overgeleverd aan de dood.

We lijden met Adam mee in zijn opperste droefheid om wat hij door eigen schuld verloren had laten gaan. Adam zat buiten de vreugde van het Paradijs te wenen: hij sloeg zich met de handen in het gezicht en riep: Barmhartige, ontferm U over mij die gevallen ben. Maar we beleven ook de troost die hij ontvangen mocht toen hij bad:

O heilig Paradijs, geplant terwille van mij en door mijn schuld gesloten: smeek tot Hem die u geschapen heeft en Die ook mijn Schepper is geweest, dat ik mij opnieuw aan uw bloemen zal mogen verkwikken. En het heerlijk antwoord van de Verlosser luidt: Ik wil niet dat Mijn schepsel verloren gaat maar dat hij gered wordt en tot de kennis komt van de waarheid. Want ieder die tot Mij komt, zal ik niet van Mij afwijzen.

Tegenover de ongeremdheid van het eten, waardoor Adam gevallen was, wordt de genezing van het vasten geplaatst, de geestelijke strijd, die ons de overwinning doet behalen over onszelf en de verleiding, en zo komen we weer terecht bij ons uitgangspunt: de grote Vastentijd. Terwijl de Goddelijke Liturgie nog staat in het teken van het Laatste Oordeel, brengt de erna geplaatste Vespers ons de Vergevingsdienst. De Apostel zingt voor ons het Hooglied van de Liefde in zijn Brief aan de Korinthiers, terwijl Christus zelf ons spreekt over de noodzaak van het elkander vergeven, zo ondubbelzinnig duidelijk getoond in de parabel van de onbarmhartige knecht met de schuld van de tienduizend talenten. Van ganser harte vragen wij nu elkander om vergeving voor alle wrijvingen die zich tussen ons hebben voorgedaan, voor de onoplettendheid die we tegenover elkander betoond hebben, voor de kwetsuren die we elkander gewild of ongewild hebben toegebracht, voor ons tekortschieten wanneer de ander zo graag op ons had willen rekenen. We kussen elkander en zingen zachtjes het Paastroparion, om het verre einddoel van deze Vastentijd reeds in het gezicht te houden.

Nu breekt een heel bijzondere week aan, die zijn weerga niet heeft onder alle weken van het jaar. De toon van de dagen heeft een volkomen verandering ondergaan. De Heilige Liturgie wordt op de weekdagen niet meer gevierd. Woensdags, en soms ook Vrijdags, wordt de Heilige Liturgie van de Voorafgewijde Gaven gevierd, kortheidshalve genoemd de Gregorios-Liturgie. Het is geen echte Avondmaalsdienst, maar een Vesperdienst met een Communiedienst van de op de vo\norafgaande Zondag toebereide geconsacreerde Gaven. Er klinken zangen van een heel aparte schoonheid, waarvoor verschillende melodieën in gebruik zijn, elk even bijzonder. Juist deze Dienst geeft een heel bijzonder gezicht aan de Grote Vasten.

De eerste Vastenweek wordt op geheel aparte wijze gekenmerkt door de avonddienst van de Grote Completen. Daarin wordt elke dag een volgende afdeling gezongen van de Boetecanon van de heilige Andreas van Kreta, die met recht de naam “De Grote Canon” draagt. Ook dit is weer een van die volkomen unieke gebeden die de Orthodoxie kent, die je nergens anders terugvindt. Bijna vanzelfsprekend kent deze een geheel eigen melodie. In een bezwerend rhytme horen we na elk vers het refrein: Ontferm U, o God, ontferm U over mij. Met een geweldige bijbelkennis wordt de ene na de andere bijbelse persoon opgeroepen, en vergelijken we onszelf met het kwaad of het goede dat deze persoon vertegenwoordigt. In het begin worden alleen oud-testamentische figuren aangehaald, later ook personen uit de Evangeliën en de parabels van Christus. Het is als het ware een cursus in gewetensonderzoek, en daarom smeken we ook telkens opnieuw om barmhartigheid.

Juist de eerste vastenweek wordt door de gelovigen met bijzondere stiptheid onderhouden, en die kost dan ook een heel behoorlijke inspanning. Het lijkt alsof de Kerk in onze naam op het eind van deze week een zucht van verlichting slaakt en ons weer nieuwe moed brengt door het feest van de Orthodoxie. Deze brengt de herinnering aan het einde van een zware lijdenstijd, toen een hele reeks van byzantijnse keizers, die de steeds verder opdringende Islam de wind uit de zeilen wilden nemen, met grof geweld een einde poogden te maken aan de ikonenverering.

Dit kerkelijk gebruik was langzamerhand ontstaan na de bevrijding uit de grote vervolgingen, uit reactie tegen het ariaanse godsbegrip, waardoor het hart uit het christendom gesneden werd. Daartegenover stond de vaste overtuiging dat Christus in waarheid de geliefde, enige Zoon is van de hemelse Vader, volkomen God, maar evenzeer volkomen mens, en dat Hij daarom afbeeldbaar was in een menselijke schildering. Het gelovige volk, dat deze waarheid niet zozeer intellectueel, maar des te meer met het hart beleefde, reageerde fel en ervoer het ikonenverbod als een aanslag op het meest wezenlijke van het christengeloof. De arrogante machtdragers stelden daar een steeds bruter geweld tegenover, en bij golven was het of de oude eeuwen van de vervolging zich herhaalden. Velen verloren het leven, werden zwaar verminkt of uit het land verdreven.

Toen hieraan een einde kwam door het Zevende Oecumenische Concilie, werd dit ervaren als een geweldige triomf van de Waarheid, en de gedachtenis daaraan werd vastgelegd op de eerste Zondag van de Vasten, die daarom de naam heeft ontvangen van Zondag van de Orthodoxie. Wij brengen onze meest geliefde Ikonen mee naar de Kerk, waar ze ter algemene verering worden neergelegd. Na de Heilige Liturgie wordt een grote processie gehouden waarbij ze in triomf worden meegedragen, en daarna wordt de plechtige geloofsbelijdenis van het Concilie voorgelezen, het Synodikon, waarin verkondigd wordt wat de gezamenlijke verering inhoudt ten opzichte van. God en ten opzichte van. Zijn Heiligen en hun ikonen. We zijn nu geheel opgenomen in een goddelijke vreugde, en met totaal vernieuwde moed beginnen we aan de Tweede Week van de Vasten.

In de Diensten wordt daar verder nagedacht over de reeds aangevangen thema’s: Fariseeër en Tollenaar, Verloren Zoon, het Oordeel, de val van Adam, de ware Wijsheid, Gods barmhartigheid, onze behoefte aan bekering, het doen van goede werken.

De Tweede Zondag brengt weer een nieuw thema. Het is de herdenking van de heilige Gregorios Palamas. Niet zo maar een van de vele Heiligen, maar de verdediger van het Jesusgebed, dat ons juist in de Vastentijd op heel bijzondere wijze vergezellen kan. Want naast het gemeenschappelijk gebed in de Kerk, zijn we ook geroepen tot meer intensief persoonlijk gebed. We keren in onszelf, strijden om alle afleidende gedachten buiten te sluiten, en richten ons rechtstreeks tot de oneindig verheven God, maar tegelijk onze Schepper, onze Vader, onze persoonlijke Vriend, die ons kent van binnenuit; Die weet dat wij vlees zijn en stof met alle beperkingen welke daaraan noodzakelijk verbonden zijn. Aan Wie wij onze nood en verlangen mogen toevertrouwen; van Wie we weten dat Hij onze moeilijkheden begrijpt; bij Wie we ons geborgen kunnen voelen omdat zijn liefde voor ons veel omvattender is en dieper gaat dan onze eigen liefde voor onszelf of voor anderen.

Dit alles heeft vorm gekregen in het geduldig herhalen van het ons allen bekende Jesus-gebed, dat geschikt is voor de eenvoudigste bidder, maar kan reiken tot de hoogste trappen van mystiek gebed. Dit laatste werd aangevallen door de monnik Barlaam, een westers ge-oriënteerde theoloog, maar met vuur verdedigd door de heilige Gregorios Palamas, die daartoe ook een theologisch systeem onder woorden bracht uit de tradities van de Kerk. En in het daadkrachtige werk van de Vastentijd wordt nu de tweede overwinning gevierd.