Orthodox Klooster van de Heilige Johannes de Voorloper

Theofanie

Nieuwjaarsdag heeft een merkwaardige combinatie van een feest van de Heer: Besnijdenis, en van een Heilige: Basilios de Grote. Het feit dat Christus als kind besneden is op de achtste dag na Zijn geboorte, vormt de verbindingsschakel tussen het Oude en het Nieuwe Verbond. De besnijdenis was het voornaamste voorschrift van de oude Wet: daardoor werd bepaald of men behoorde tot het uitverkoren Volk. Door de besnijdenis behoorde Jesus van Nazareth wezenlijk tot het Jodendom. De gedachten van het feest cirkelen rond de paradox dat de Maker van het heelal, de Meester van de wereld, Die in den hoge woont met de Vader en de Geest, Zijn aardse leven begint met deze vernederende behandeling. Maar tegelijk begint met Hem een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis, en voor Zijn volgelingen komt de Doop van het water en de Heilige Geest in de plaats van de bloedige ingreep in het vlees.

Deze viering wordt gecombineerd met de gedachtenis van de heilige Basilios, een van de voornaamste Kerkvaders, een in allerlei opzichten geweldige persoonlijkheid, die reeds tijdens zijn leven “de Grote” werd genoemd. Hij was een meeslepend redenaar, een vooraanstaand geleerde en diepzinnige theoloog, met een innig godsdienstig geestelijk leven, een groot organisator, een bestuurder met scherp inzicht in de heersende machtsverhoudingen, sterk sociaal bewogen, en begiftigd met een enorme werkkracht. Onvoorstelbaar veel heeft hij tot stand gebracht: kerkprovincies ingericht, niettegenstaande zware politieke druk van ariaanse keizers; kloosters gesticht, hospitalen gebouwd, sociale voorzieningen geregeld, theologische verhandelingen geschreven, liturgische vernieuwingen doorgevoerd, doordachte antwoorden gegeven op de vele problemen die hem werden voorgelegd, over actuele en wetenschappelijke onderwerpen prekenseries gehouden die nog altijd belangwekkend studiemateriaal vormen. Bij dit alles is hij slechts 50 jaar oud geworden!

We vieren deze dag ook de heilige Basiliosliturgie, met de grote Eucharistische Canon, die op schitterende wijze het gehele Heilsmysterie met alle aspecten onder woorden brengt, een waar “logos-offer”.

De 6e januari vieren we het grote feest van Theofanie, de Godsverschijning bij de Doop van de Heer Jesus in de Jordaan. Dit was het ogenblik waarop Christus, uit de anonimiteit van het verborgen leven te Nazareth, in het volle licht van de openbaarheid kwam, en Zijn leven als rondreizend prediker begon.

Allereerst is er de ontmoeting met Joannes de Doper, de profeet en Voorloper, die na eeuwen van God-verlatenheid weer het besef van Gods nabijheid wist te wekken. Zijn diep schouwende geest herkende de bovenmenselijke grootheid van de stille figuur die zich aanmeldde om gedoopt te worden, en zo ontstond die wonderbare woordenstrijd tussen de profeet die zich onwaardig voelde om zijn Heer te dopen, en de Verlosser die alle gerechtigheid wilde voltrekken en daarom deel moest hebben aan de Doop ter bekering uit een zondig leven.

Terwijl de doop voltrokken werd, gebeurde er iets als de ontlading van een geweldige kracht tussen hemel en aarde. Een goddelijke stem weerklonk en gaf getuigenis over de geliefde Zoon en sprak Zijn welbehagen uit. In een sneeuwwitte gloed, als een gevleugelde verschijning, daalde Gods Geest neer en vestigde Zich op deze Dopeling, als een bevestiging van wat Joannes in de geest had aanschouwd. Deze Gods-openbaring, deze Theofanie, vormt de grondslag van het hartstuk der christelijke theologie: de leer over de heilige Drieëenheid, namelijk dat de ene God tegelijk drie goddelijke Personen is, die genoemd worden: Vader, Zoon en Heilige Geest.

Het begrip Drieëenheid komt als zodanig niet in de Bijbel voor; het is een menselijke constructie uit de eeuwen na Christus. Maar het is wel onze overtuiging dat deze constructie tot stand is gekomen door de werking van de Heilige Geest in de levende Kerk. We zijn zo helemaal aan deze naam gewend, maar eigenlijk is het iets heel vreemds. Het is goed om daarover na te denken, om te weten wát we geloven, en niet alleen maar een van buiten geleerd lesje opzeggen. Voor ons gewone menselijk verstand gaat het hier om een volkomen onmogelijkheid: iets kan niet tegelijk geheel en al één, en volledig drie zijn. Wanneer we daaraan toch vasthouden dan bewijst dit dat het om iets gaat dat boven onze aardse, natuurwetenschappelijke werkelijkheid uitgaat.

De geloofsbelijdenis van Nicea, die we zingen in de Goddelijke Liturgie, en waarin gepoogd wordt de betrekkingen tussen de goddelijke Personen zo goed mogelijk onder woorden te brengen, draagt daarom de naam: “SYMBOOL van het geloof”. Het godsbegrip van de Drieëenheid is dan ook geen definitie, doch een in onbeholpen menselijke woorden uitgedrukte verwijzing naar een oneindig meer omvattende werkelijkheid. Ons verstand staat voor een onoverkomelijke barrière, we hebben echter wel een idee van een richting die aan onze vermoedens gewezen wordt, een hoopvolle verwachting van een zich onbeperkt schenkende rijkdom en overvloed, van een mogelijkheid tot het innerlijk zien van een onvergelijkelijke heerlijkheid. Voor ons geestesoog doemt een vermoeden op van een samengebald geweld, van een laaiende gloed die ons uit het bestaan zou wegvagen wanneer we er rechtstreeks mee geconfronteerd zouden worden: Niemand kan God zien en in leven blijven, zegt de Schrift. Maar juist deze alles overtreffende macht openbaart Zich aan ons als liefde. Geen lieflijkheid die slechts de ruwe buitenzijde verzacht, maar een door alles heen dringende liefde, als een tweesnijdend zwaard dat doordringt tot in het binnenste van ons wezen, en ons opeist, wat het ook kost. Want die liefde is wel gratis, maar niet goedkoop.

Het geweld van die liefde heeft ertoe geleid dat God een mens geworden is: Zozeer heeft God de mensen liefgehad dat Hij Zijn Zoon, Zijn Welbeminde in Wie Hij Zijn welbehagen heeft, gegeven heeft, uitgeleverd heeft aan de menselijke botheid. En we weten welk een prijs dat Hem gekost heeft. En die liefde dringt op ons aan dat ook wij die prijs moeten betalen: wie niet dagelijks zijn kruis opneemt op Mij te volgen, is Mij niet waardig, kan niet werkelijk deel hebben aan Mijn liefde. En wanneer we onszelf overgeven en uitleveren aan die smart, dan vinden we daarin onze diepste rijkdom, want dan worden we als God, die innigste mensheidsdroom van Adam af. Dit verlangen behoort tot het wezen van ons mens-zijn, en misschien ligt daarin zelfs de grond van de ontspoorde machtsbegeerte, die zo vaak bezig is de menselijke samen-leving tot een hel te maken in plaats van het paradijs waarvoor wij geschapen zijn.

Dat gebeurt wanneer wij Gods Heilige Geest, die bezit van ons wil nemen en in ons wil wonen en werken, van ons afwijzen omdat het ons te veel kost. Er komt tot ons een goddelijke energie, maar die moet heel ons menselijk werkvermogen in beweging zetten: anders is het als vruchtbare regen op een kale rots, het water stroomt nutteloos weg.

Daarom is het Symbool van de goddelijke Drieëenheid niet maar een leerstuk doch een leefstuk. Daarom is Theofanie zulk een groot en belangrijk feest. De Doop van Christus heeft geleid tot onze Doop in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals Hij aan Zijn apostelen opdroeg bij Zijn Hemelvaart. Door onze Doop zijn wij ingeschreven als medeburgers van Gods Rijk, zijn wij als wilde ranken geënt op Christus, de wijnstok (volgens de weinig vakkundige gelijkenis van Paulos), zijn wij levende ledematen geworden van de eeuwig levende Christus op deze aarde. Want als God ons verschijnt dan is dat niet om maar alleen ons een waarneming te verschaffen, om iets te leren aan ons verstand of ons gevoel, maar om iets te bewerken in ons leven, om ons te veranderen, ons uit onze armzalige benauwdheid op te heffen en ons te geven aan Zijn overvloeiende wijdsheid.

In onvergelijkelijk schone woorden wordt dit alles bezongen in het wijdingsgebed van de Grote Waterwijding. Het is een grootse viering, gecomponeerd door de geleerde patriarch Sofronios van Jerusalem in de 7e eeuw, die niet alleen een heilige maar ook een groot dichter was. Aan hem hebben we ook het Leven van Maria de Egyptische te danken, de dierbare vriendin die we elk jaar in de Vasten mogen ontmoeten. Probeer die tijd vrij te houden om deze rijkdom mee te beleven, die in zulk een luister alleen in de Orthodoxe Kerk te vinden is.