Orthodox Klooster van de Heilige Johannes de Voorloper

De Zondagen van de Vasten

Terwijl de dagelijkse Diensten van de Vastentijd in het teken staan van een steeds verder gaande bezinning op onze gebrokenheid, ons tekortschieten, onze behoefte aan verlossing, waardoor een gevoel van somberheid zou kunnen ontstaan, zijn de Zondagsdiensten in deze reeks geplaatst als rustpunten waarin onze blik weer omhoog gericht wordt tot herstel van onze innerlijke veerkracht. Na de inspanning van de eerste week, die in het teken stond van de Grote Boetecanon van Andreas van Kreta, kwam de eerste zondag als een feest: de triomf van de Orthodoxie met de plechtige erkenning van het vereren van de heilige Ikonen als de zichtbare beleving van de centrale geloofswaarheid: Jesus Christus, de Zoon van God, de Schepper van hemel en kosmos, met de zon en de aarde en alles wat daarop leeft, is tegelijk geheel en al mens, deel van onze mensheid, vlees van ons vlees en bloed van ons bloed. Dit alles is voor christenen gemakkelijk te beseffen, en om die vreugde hebben we de ikonen rondgedragen in processie.

De tweede Zondag is gewijd aan de gedachtenis van de heilige Gregorios Palamas. Het vraagt een grotere inspanning van ons voorstellingsvermogen om ons in de denkwereld van deze zondag in te leven. Het beste kunnen we daarbij uitgaan van de Verheerlijking op de Tabor die oorspronkelijk op deze zondag werd gevierd, en waarvan we nog dagelijks het Troparion zingen in de Vastendienst. Deze gebeurtenis kunnen we opvatten als de voltooiing van de Menswording van de Zoon van God. God is mens geworden om de mens tot God te brengen. Het gaat daarbij om een relatie die veel dieper gaat dan welke menselijke verhouding ook. Wij zijn als mens geschapen om in de nauwste betrekking te staan tot onze Schepper. De wens daartoe ligt daarom als het diepste verlangen in de grond van de menselijke ziel, en dat was zo vanaf het eerste begin. Dat verlangen brandde in de eerste mens die we echt kennen, in Adam toen hij nog leefde in de onschuld van het paradijs. Fataal was echter dat hij zich liet voorspiegelen dit doel uit eigen kracht te kunnen bereiken, door een eigenmachtige daad die inging tegen het bevel van God. Achteraf gezien kunnen we gemakkelijk zeggen dat vanzelfsprekend het tegendeel zou gebeuren: er viel een vrijwel onoverbrugbare kloof tussen de mens en God. De mens moest zich daarbij neerleggen, maar probeerde door afgoderij nog iets te bereiken, wat natuurlijk de zaak verergerde.

Maar van de kant van God was er een wezenlijk reparatieplan. Na de eeuwenlange voorbereiding van een uitgekozen mensengroep, de Joden, kwam Gods menswording; en tegen een ontstellend hoge prijs werd op Zijn kosten de kloof gedicht. De consequentie daarvan was de Opstanding, die de toegang vormt voor de algemene opstanding. En het zichtbare teken daarvan was de Verheerlijking op de Tabor, toen Petros, Jakobos en Joannes omstraald werden door een bovenaards licht waardoor zij in een toestand van geestverrukking geraakten.

Deze afstraling van de goddelijke heerlijkheid is in de wereld gebleven, ofschoon niet zichtbaar voor menselijke ogen. Soms kunnen we er een weerspiegeling van waarnemen tijdens momenten van diepe aandacht, wanneer we innerlijk getroffen worden door iets van heel bijzondere schoonheid, dat in de dagelijkse sleur onopgemerkt aan ons voorbijgaat.

Maar er zijn mensen aan wie het op bepaalde ogenblikken is vergund dit goddelijk Licht rechtstreeks waar te nemen, zoals de Apostelen op de berg der Verheerlijking. Zulke mensen noemen we mystiek begaafd. Zij hebben hun verhouding met God tot het werkzame middelpunt van hun leven gemaakt en offeren daar alles aan op, ofschoon dat voor hen geen opoffering is maar het volgen van een innerlijke drang.

Vaak zijn dat monniken geweest die hun leven gewijd hebben aan het beschouwend gebed, door zich terug te trekken van de wereldse drukte, door hun wilskracht te sterken in een asketische levenswijze van weinig voedsel, weinig slaap, weinig comfort, om met des te grotere intensiteit en concentratie te kunnen bidden. Velen van hen leefden op de Athos en vonden elkander, doordat zij in de ander het wezenlijke ontdekten dat hen zelf zo geheel in beslag nam. Het ligt in de aard der zaak dat zij hun geestelijke ervaringen uitwisselden waardoor een diep gevoelde vriendschap ontstond, en zij elkander konden bijstaan in de heel speciale moeilijkheden die juist zulke mensen ondervinden. Want zoals in ieder mensenleven wisselden ook bij hen tijden van vertwijfeling en ogenblikken van extatisch geluk elkander af, alleen met een veel grotere intensiteit. Langzamerhand werd een overtuiging onder woorden gebracht, die eerst nog maar een vaag vermoeden was, dat dit Licht waaruit zij innerlijk leefden, niet maar een of ander natuurverschijnsel was, maar dat het in zeker opzicht God Zelf was die Zich zo aan hen liet zien.

Zo ontstond er een gezamenlijke beweging die ‘hesychasme’ wordt genoemd en die in de 14e eeuw een hoogtepunt bereikte. “Waar het hart van vol is, daar vloeit de mond van over” zegt een oud spreekwoord. Vanuit de stille teruggetrokkenheid van het zo afgelegen Athosgebied kwamen de berichten over dit hesychasme in de gewone wereld. En zoals alles wat in een bepaald opzicht nieuw is, werd dit gevaarlijk geacht, en een aantal snel verhitte gemoederen grepen naar zwaar geschut en beschuldigden die monniken van ketterij, iets levensgevaarlijks in die tijd. Gregorios Palamas, die door zijn geleerdheid en vurig gebedsleven een der kopstukken was van die beweging, kreeg de opdracht het hesychasme te verdedigen. Hij volvoerde deze taak met grote grondigheid en ontwikkelde daartoe een nieuw hoofdstuk in de theologie.

Met zulke dingen moeten we natuurlijk heel voorzichtig omgaan. Het menselijk verstand, hoe begaafd ook, blijft toch altijd een gebrekkig instrument tegenover de overstelpende volheid van het werkelijke zijn. En menselijke woorden en uitspraken zijn niet meer dan een stumperige poging om een voor zichzelf gewonnen begrip op de ander over te dragen. Dit moeten we steeds in het oog houden wanneer we onder woorden willen brengen wat eigenlijk niet over God gezegd kan worden. Gregorios Palamas voerde daartoe een onderscheid in, dat de vroegere Kerkvaders nog niet zo scherp hadden gemaakt. Hij zegt: In God moeten we onderscheid maken tussen Zijn eigenlijk Wezen en Zijn energieën of werkingen. In Zijn energieën is God geheel aanwezig, maar toch zijn deze niet God Zelf.

Er zijn natuurlijk veel meer woorden nodig om dit enigszins aanvaardbaar tot uitdrukking te brengen, maar dat is theologische vakliteratuur. Voor zover bereikbaar, is in deze zin de kern van de kwestie uitgedrukt. En al begrijpen we er weinig van, toch is het belangrijk om in te zien dat het niet een woordenspel betreft, maar dat hier iets uitgedrukt wordt van wezenlijk belang, omdat het centraal staat in de betrekkingen tussen God en de mens. Wanneer we erover nadenken en het tot ons door laten dringen, gaan we iets vermoeden van de intensiteit van die verhouding, van de bijna grijpbare band van de liefde die Christus voor ons heeft. Dan voelen we een diepe vreugde om de broeders en zusters die deze band rechtstreeks mogen ervaren, omdat ook wij toch met hen verbonden zijn in ons gemeenschappelijk mens-zijn. En dat leert ons weer iets over ons eigen verbonden zijn met Christus.

Gregorios Palamas' leven klinkt als een avontuurlijk heldendicht. Reeds als kind door oorlog uit zijn geboorteland verdreven; daarna briljante studies; vervolgens de enthousiaste ontdekking van het monastieke leven, dat hij wist over te dragen op twee broers, twee zusters, zijn moeder en een aantal bedienden uit hun vorstelijk tehuis; dan de voettocht met zijn broers naar de Athos en het monniksleven aldaar; nu verdreven door Turkse zeerovers; en priester gewijd in Thessalonika waar zich een kring van geïnteresseerde leken rond hem vormde; van daaruit jarenlang kluizenaar in volkomen eenzaamheid; weer door invallende benden verdreven naar de Athos. Daar wordt hij aangewezen om jarenlang de verdediger te zijn van het hesychasme, een strijd die vooral schriftelijk werd gevoerd, en verbonden was met het doordenken en opbouwen van een nieuwe tak van theologie. Dat alles ging ook gepaard met spreken op synodes, veroordeeld worden, verbanning, gevangenschappen, en tenslotte het bisschopsambt. In die tijd kwam hij nog terecht op Limnos waar een pestepidemie heerste, en waar Gregorios zonder zich door het besmettingsgevaar te laten afschrikken, de verpleging van vele verwaarloosde zieken op zich nam.

Hij was een reus in velerlei opzicht, stralend van liefde en tegelijk uiterst strijdbaar door zijn helder en snel verstand, niet alleen wat betreft begrip van zulke moeilijke vraagstukken, maar ook met diepe wijsheid om samenhangen en consequenties te zien en duidelijk te maken. Zijn vurige liefde tot God bracht hem tot een warme, praktische en daadkrachtige liefde voor alle mensen met wie hij in aanraking kwam. Dit kwam heel bijzonder tot uiting in de laatste twaalf jaren van zijn leven toen hij de meest geliefde bisschop was van Thessalonika. Zijn schitterende welsprekendheid werd ook door het gewone griekse volk bijzonder gewaardeerd, terwijl hij tegelijk een barmhartige vader was voor allen die op een of andere wijze in nood verkeerden. Hij is gestorven de 14e november 1359, in de ouderdom van 63 jaar. Reeds negen jaar later werd op de synode van 1368 zijn verering plechtig bevestigd.