Orthodox Klooster van de Heilige Johannes de Voorloper

Pinksteren

Hemelse Koning, Trooster, Geest der Waarheid,
Die overal tegenwoordig zijt en met Wie alles vervuld is;
Schatkamer van alle goed; Gever van het Leven:
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, Algoede.

We vieren Pinksteren, de bekroning van het Vijftigdagenfeest na de Opstanding van onze Heer. Na de belofte van de verrezen Christus is een hele groep mensen in afwachting bijeen in de kiemcel van de christen Kerk, een bovenzaal in Jerusalem. Het zijn niet alleen de Apostelen, maar ook de Moeder Gods, de vertrouwde vrouwen en vele andere leerlingen: zo langzamerhand voegen zich anderen bij hen en tenslotte zijn er over de honderd mensen. Zij spreken over wat ze in de afgelopen jaren beleefd hebben in het gezelschap van de Meester; ze lezen gezamenlijk de Bijbel en herkennen de daarin beschreven situaties, voorzeggingen en gebeden, zoals die weerspiegeld zijn in het leven en werken van Jesus van Nazareth. Hier wordt als het ware de grondslag gelegd van de gemeenschappelijke verkondiging, die we later terugvinden in de Evangeliën.

Na de eerste dagen is de grootste opwinding voorbij: er moet blijkbaar geduld geoefend worden. Er komt een beetje ordening in de gang van zaken: men moet toch eten, en dat is er niet vanzelf voor zo’n grote groep. Het is niet mogelijk zo lang wakker te blijven, dus er moet ook slaapgelegenheid georganiseerd worden want de nachten zijn nog koud. Er zullen ook min of meer vaste tijden gebruikt zijn voor gezamenlijk gebed, want het waren toch godsdienstige mensen. Men zal zich ook voorbereid hebben op het joodse Pinksterfeest, dat de afsluiting vormde van het grote bevrijdingsfeest van het Pascha: de vijftigste dag na verloop van het heilige getal van zeven maal zeven dagen. Tegelijk was het de dankdag, waarop de eerstelingen van de nieuwe oogst in grote vreugde naar de Tempel werden gebracht om aan God te worden opgedragen.

In de ochtend van die Pinksterdag is er als het ware een explosie van goddelijke energie. Stormwind raasde om het huis. Aan alle kanten flikkerde vuur dat zich bundelde tot vlammende tongen boven de hoofden der Apostelen. Zij geraakten in extase en begonnen allerlei vreemde talen te spreken, die zij zelf niet eens begrepen maar die verstaan werden door velen uit de samengestroomde menigte die voor het feest in Jerusalem vertoefde. De vreemdelingen hoorden hoe in hun eigen taal jubelend Gods heerlijkheid verkondigd werd.

Het is het ogenblik van de feitelijke stichting van de Kerk, waarvoor de grondslagen waren gelegd door Christus in de grote Afscheidsrede bij het Laatste Avondmaal. Toen gaf hij het nieuwe gebod van de onderlinge Liefde als het wezensmerk van Zijn Gemeenschap. Toen leerde Hij het nieuwe Gebed, namelijk dat wij voortaan moeten bidden in Zijn Naam. Toen stelde Hij het nieuwe Offer in van de Eucharistie, met brood en wijn als Zijn Lichaam en Zijn Bloed.

Wat als een zaad was neergelegd in de harten van de Leerlingen, komt nu door de gloed van de Geest naar buiten in een golf van meeslepend enthousiasme. Petros houdt zijn eerste grote toespraak. De ongeletterde en schuchtere visser uit het boerse Gallilea maakt zulk een indruk dat de mensen elkaar verdringen om bij hem te horen; en reeds die eerste dag laten zij zich dopen bij duizenden.

Dit eerste optreden is kenmerkend voor de evangelieverkondiging van de volgende tientallen jaren, zoals die beschreven staan in het boek van de Handelingen der Apostelen. Overal waar het zaad van het Woord in maagdelijke bodem viel, werd dit enthousiasme van de Geest zichtbaar en uitte zich in allerlei talen en wonderbare genezingen. Zelfs in onze tijd gebeurt dit nog wel waar nieuwe gebieden opengelegd worden voor het Evangelie. Het is alsof God een soort vliegende start verleent; maar later moeten de gewone menselijke krachten aangesproken worden, en gaat het in een kalmer tempo.

Maar wat blijft, dat is de werking van de Geest. De levende Kerk is nog altijd het werk van de Heilige Geest, ook al treedt dit niet meer zo spectaculair naar buiten. Maar het leeft wel in het bewustzijn van de Kerk en dat moest ook zo zijn bij de gelovigen. Ieder gebed en elke handeling van de Kerk begint met het gebed van de Hemelse Koning, dat als motto boven deze brief staat. De bedoeling daarvan is natuurlijk dat we niet alleen maar de woorden uitspreken, maar telkens weer nadenken over wat daarin gezegd wordt.

Hemelse Koning: We eren Christus als onze Koning en Heer, maar Hij is bij ons en in ons juist door Zijn Heilige Geest. Christus noemt Hem de Parakleet, de Trooster, de Helper. De Geest maakt ons bewust dat we niet bedroefd moeten zijn alsof Christus van ons was heengegaan, nu we Hem niet meer kunnen zien met onze lichamelijke ogen, en Hem niet meer kunnen aanraken met onze handen. Door de Geest weten we dat Christus nog dichter bij ons is, ja in ons is, veel meer dan mogelijk was zolang Hij in Zijn lichaam op aarde leefde. Toen was Hij onderworpen aan de beperkingen van het lichaam, en Hij was slechts aanwezig bij de kleine groep die Hem volgde op Zijn rondtocht door het land van Israel. Toen had het volk Hem herhaaldelijk willen uitroepen tot een aardse koning, die zich aan het hoofd zou stellen van een grootse opstand om de gehate Romeinen uit het Heilige Land te verdrijven. Maar daar had Hij zich altijd aan onttrokken: dat was niet het koningschap dat Hem voor ogen stond.

In de kracht van de Geest is Hij op veel wezenlijker wijze Koning. Hij is een volkomen heerser over de zielen en de lichamen van hen die Hem werkelijk toebehoren. Wanneer wij Hem toelaten en onze hindernissen uit de weg ruimen, dan bestuurt Hij niet alleen onze handelingen, maar ook onze gedachten en gevoelens. Dan is Hij koning zoals geen tyran, of zelfs geen wijze vorst, ook maar in de verte benaderen kan. Want we voegen ons niet door een opgelegde dwang of gebod of overreding, maar met een innerlijke vreugde, omdat we juist daarin ons diepste wezen tot uitdrukking en ontplooiing brengen. Het is vreugde die schemert doorheen het diepste verdriet dat ons treffen kan, want het is de vreugde van de Opstanding, de zekerheid dat het kwaad, niettegenstaande alle schijn, niet oppermachtig is. Het is een vreugde die stamt uit geloof, uit de innerlijke zekerheid temidden van onze twijfels, dat God de macht bezit om ook de meest definitieve breuk te helen, zoals dat bij Christus is gebeurd.

Dit wordt uitgedrukt in die andere naam welke Christus aan de Trooster gaf, de Geest der Waarheid. Dit is een naam die ons heel diep raakt. In dit aardse leven hebben we zoveel onwaarheid, zoveel leugen en bedrog meegemaakt en ondervonden. We zijn op onze hoede om ons niets te laten wijsmaken, om ons niet voor de gek te laten houden door onze eigen verlangens. Maar onder dit beschermende pantser is er een als in de verte gloeiend lichtpunt: de trouw van God. Ergens moet een absolute waarheid zijn, anders zou er geen wereld kunnen bestaan; dan zouden wij zelf niet kunnen bestaan, of ons bestaan zou alleen maar de hel zijn.

Die trouw van God, die Geest der waarheid, Die wordt aan ons geschonken. Van Hem komt die innerlijke zekerheid, de grondslag van ons geloof. Het is de zekerheid dat zelfs in de chaos van zinloze vernietiging waartoe het menselijk leven op aarde telkens weer ontaardt, toch een innerlijke betekenis besloten ligt. Dat God in alle verlatenheid en ellende toch nabij is, evenzeer als Hij bij Christus was toen Deze Zijn doodsnood uitschreeuwde aan het kruis in die ontstellende kreet van door God verlaten te zijn.

Al deze loden last wil ons terneerdrukken, ons verpletteren. Maar in ons eigen leven kunnen we terugblikken op korte of langere momenten, dat we iets gewaar werden van die innerlijke aanwezigheid; dat we wisten, ondanks alles: “En toch…” We wisten dat de troost wezenlijk was en geen zelfbedrog, ook al zijn we vaak later eraan gaan twijfelen. Hier op aarde kunnen we meestal niet verder komen dan deze momenten van innerlijke zekerheid, maar toch is dat voldoende om de naam van Trooster te rechtvaardigen. Want Hij is overal tegenwoordig, want Hij vervult het heelal, omdat daarin de scheppingsmacht besloten ligt van Hem die alles wat bestaat tot het zijn heeft gebracht.

Laten we daarom vasthouden aan het geloof, en dit gebed met de mond spreken vanuit heel ons hart, opdat Hij in ons verblijft en ons reinigt en heiligt.